Ik ben er van overtuigd dat empathie of inlevingsvermogen een zeer belangrijke vaardigheid is om te ontwikkelen op jonge leeftijd. Sommige kinderen bezitten dit van nature al in grote mate, andere kinderen hebben hier wat hulp bij nodig. Als ik daar dan een steentje aan bij mag dragen, graag. Ik ben niet zo’n voorstander van ‘een lesje empathie’, maar ik denk dat een kind dit het beste leert én onthoudt als ze er regelmatig mee in aanraking komen. Soms zoek ik deze situaties bewust op, soms worden ze zomaar voor je voeten gegooid.

Uiteraard heb je als leerkracht de verantwoording om uitdagende en interessante lessen voor te bereiden en hoop je dat elk kind, in elke activiteit van de dagplanning 100% zin heeft. Dat zou super zijn, maar af en toe glipt deze er toch nog weleens tussendoor: “Aaah juf, rekenen?! Daar heb ik echt geen zin in!” In zo’n situatie kun je twee dingen doen:

  1. Je kunt het laten gaan en beginnen met je rekenles.
  2. Je kunt uitleggen wat dit met jou (en de sfeer in de klas) doet.

Ik kies regelmatig voor de tweede optie.

De uitleg aan deze leerling dat het voor jou nu erg lastig wordt om er een leuke les van te maken, dat aan deze les een stuk voorbereiding vastzit en dat het nu voor de rest van de klas wel erg lastig wordt om zin in deze les te hebben, laat deze leerling zien hoe het is om je in te leven in een ander. Natuurlijk mag een leerling ergens geen zin in hebben, maar het is ook belangrijk om te leren op welke manier je dit uit.

In mijn klas wordt er elke dag samengewerkt, soms voor een korte opdracht, soms voor een langer project. Een uitstekend moment om als leerkracht het inlevingsvermogen van de kinderen te observeren. Dit zijn voor mij regelmatig gigantische geniet-momenten. De manier waarop kinderen al rekening kunnen houden met elkaars verschillen, voorkeuren, kwaliteiten en manieren van verwerken. Indrukwekkend.

Regelmatig sluit ik aan bij een team om de samenwerking te bespreken. Een vraag die voor veel inzicht kan zorgen bij een team waarbij de samenwerking wat stroef verloopt, is: “Voeg je wat toe of ben je een remmer?”. Bij de nabespreking leg ik dan ook vaak de nadruk op de samenwerking en deel ik mijn observaties met de groep. Ook laat ik de kinderen zelf vertellen over de samenwerking binnen hun team. Aan de expressie van de teamgenoten is vaak veel af te lezen en daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van. Door expliciet te benoemen “als ik kijk naar het gezicht van….” of “het lijkt alsof …hier anders over denkt” hoop ik dat de kinderen bewuster worden van het gegeven hoeveel communicatie verloopt via de non-verbale weg.

Door het empathisch vermogen van de kinderen regelmatig aan te spreken, door situaties van verschillende kanten te belichten, door bepaalde zuchtjes, giecheltjes en stiekeme opmerkingen in het middelpunt van de belangstelling te zetten en te bespreken, door mijn eigen gevoel regelmatig onder woorden te brengen, door de link te leggen tussen gevoelens en lichamelijke reacties (“ik krijg er gewoon kippenvel van”) hoop ik mijn kleine bijdrage te leveren aan nog meer fijne mensen op onze aardbol.

 

Geef een reactie