Geluk

Afgelopen week was een volle week. De zomervakantie komt al bijna in zicht; heerlijk, maar druk! Rapporten tegenlezen, nog even de puntjes op de ‘i’ en uiteraard bespreken met de kinderen. Afrondende afspraken van dit schooljaar en zelfs al afspraken plannen voor volgend jaar, musical met groep 8, afscheidscadeautjes bedenken, nog even op de foto voor het afscheidsboekje en oh ja, vaderdag…

“Geluk zit in een klein hoekje”, zeggen ze. Ontzettend oubollig, maar ook ontzettend waar. Dat besefte ik deze week wel weer.

“Bij jou lukt het wel juf, maar daar kennen ze me nog niet” was de aanleiding voor een mooi en open gesprek met een jongen uit groep 8 over de stap naar de middelbare school. We bedachten samen ‘trucjes’  hoe hij het daar als slimme, maar ook snel verveelde, leerling zo fijn mogelijk kon krijgen. ‘Laat ze van je houden’, ‘leer je niet vervelend vervelen’ en ‘train je doorzettingsvermogen’ is onze top 3 geworden. Volgende week mag hij tijdens de oudergesprekken onze bedachte trucjes zelf aan zijn ouders gaan uitleggen. Kijk ik naar uit!

Tijdens de gymles op donderdag stuurt mijn collega mij een filmpje, waarbij mijn kinderen uit volle borst “Let it go” meezingen, terwijl ze heerlijk aan het gymmen zijn. Ik heb hem wel 10 keer gekeken en het geluk spat er vanaf. Hier krijg ik nog steeds een grote glimlach van op mijn gezicht.

Als dagafsluiting spelen we het spelletje “Wie ben ik”. Alle kinderen schrijven een dier op een post-it, ik plak deze willekeurig op de ruggen van de kinderen. Rondlopen, gesloten vragen stellen en raden maar. Een meisje heeft op haar rug “zeeolifant”. Gelukkig is ze klein, slank en vol humor. Maar ja, weet “zeeolifant” maar eens te raden. Vlak voor het einde van deze activiteit zoek ik snel een plaatje op van een zeeolifant en gaan ze lekker naar huis. Terug bij mijn bureau vind ik onderstaand stilleven. Hier moet ik echt hardop om lachen!

IMG_6955

We sluiten de week op vrijdagmiddag af met een teamlunch in de klas. Volgende week zal groep 8 zich nog meer storten op de musical en zijn er weinig echte momenten meer samen. Elk team (groepje) heeft met elkaar bedacht wat ze graag willen eten en drinken, iedereen heeft zijn eigen taak en heeft iets meegebracht. Samen dekken ze hun teamtafel, warmen knakworstjes op, verdelen het fruit en schenken drinken in. Het mooiste, ik heb ouders niet geïnformeerd en ze hebben het allemaal zelf geregeld. Daar zijn zij (en ik dus ook!) erg trots op.

Als toetje krijg ik op vrijdagmiddag een ontzettend lief en dankbaar mailtje van ouders uit mijn klas. Natuurlijk zijn ze blij met het rapport, geven ze aan, maar ze zijn ook dankbaar dat hun dochter bij mij in de klas heeft mogen zitten en nog veel meer lieve woorden. Zo bijzonder dat er de tijd wordt genomen om dit met mij te delen. Daar word ik echt gelukkig van.

Natuurlijk volg ik de actualiteiten en het onderwijs is veel in het nieuws. Mensen zijn boos. En terecht. Ik heb niet de wijsheid in pacht om dit veelomvattend probleem op te lossen.
Dit blog is een “Renske met haar roze gietertje” (zoals ik weleens liefdevol ben omschreven door een dierbare vriendin) met daarin een oproep. Laten we met z’n allen alsjeblieft niet vergeten te blijven genieten van alle kleine, mooie, liefdevolle en ontroerende momenten die je met dit prachtige beroep mag meemaken. Spits je oren, kijk eens een tijdje écht naar je kinderen, bemoei je niet overal mee en blijf openstaan voor die heerlijke geluksmomentjes, ook of misschien wel VOORAL als het druk is.

Luie leerkracht

Soms hoor ik iets nieuws, wat meteen bij mij past en waar ik enorm blij van word! Zo werd tijdens onze laatste studiedagen op school de term ‘de luie leerkracht’ geïntroduceerd. In principe niet meteen een woord met positieve associaties; de kantjes er van af lopen, ongemotiveerd en wellicht zelfs ongeïnteresseerd. Ik snap je, maar niets is minder waar.

De luie leerkracht is namelijk een leerkracht die de kinderen laat werken en leert om hen zelf te laten voorzien in hun behoefte. “Leren is hard werken“, werd ons verteld en daarmee bedoelde ze niet de leerkracht…

Het liefst wil ik alle leerlingen laten leren op hun eigen niveau, waarbij ze de instructie, uitdaging en/of begeleiding krijgen die ze nodig hebben. Dat vraagt veel van mijn voorbereiding. Maar wat als ik mijn omgeving nou zo heb ingericht dat de kinderen dit zelf kunnen faciliteren? Klinkt moeilijk? Valt reuze mee!

Bij mij in de klas zijn de kinderen bekend met het werken aan doelen en aangeven van hun eigen niveau; beginning (rood), developing (oranje) en mastering (groen). Bij het maken van een proeftoets, voor of tijdens een instructie, nadat ze een taak hebben gemaakt. Regelmatig evalueren we klassikaal of zelfstandig hoe ver ze zijn met het behalen van dit doel. Meer dan 85% van de sommen/opdrachten/vragen goed beantwoord? Dan weet je: hierin ben ik mastering. Leergesprekken over hun eigen verwachtingen en plannen worden hier ook altijd aan gekoppeld.

Sinds kort is hier de kleur blauw bij gekomen (deze heeft overigens nog geen naam in mijn groep, dus al jouw ideeën zijn welkom!). Blauw staat eigenlijk voor: bewijs het me maar. Alle ongelijknamige breuken bij elkaar kunnen optellen, bij tien zinnen de werkwoordsvormen op de juiste wijze vervoegen, een dictee maken zonder fouten. Dat is mastering.

Waar ik tot voor kort zelf druk bezig was met het verzamelen van verrijkende opdrachten, creatieve verwerkingen of uitdagende taken. Vraag ik het sinds kort aan de kinderen zelf. Bewijs maar dat je het kan.

  1. Bedenk zelf een gelijksoortige opdracht die past bij het doel.
  2. Noteer het goede antwoord.
  3. Test hem bij een klasgenoot.

Dat was het.

Benodigde materialen: een whiteboard of papier, schrijfgerei en een tafel waar ze kunnen uitwisselen.

Het zelf produceren van een opdracht of een som, zorgt voor een hoger denkniveau. Je zin moet grammaticaal kloppen, je som mag geen verwarring veroorzaken, de gegeven informatie moet compleet zijn, je opdracht mag niet verkeerd geïnterpreteerd worden. Dat schud je vaak niet zomaar uit je mouw.

Gaat dit in één keer goed? Nee. Is dat erg? Nee. Leren ze daar van? Ja!

Juist de discussies die ontstaan, het bijschaven van je formulering of het nog preciezer tekenen van het figuur waarvan de oppervlakte moest worden berekend zorgt ervoor dat het doel wordt beheerst. En daar geniet ik, als ‘luie’ leerkracht, enorm van!

Mijn schoolweek

Maandag
Tussen acht uur en half negen komen de kinderen binnen gedruppeld. De meesten komen met de schoolbus, andere kinderen worden gebracht en een enkeling komt lopend naar school. Nadat ze hun koelbox in hun locker hebben gezet mogen de kinderen lekker buitenspelen of lezen, kletsen of een spelletje spelen in de klas.
We starten met een mix-en-ruil waarin de kinderen elkaar vragen stellen over het weekend. Van tevoren besteed ik aandacht aan een aantal communicatieve vaardigheden waarop ze moeten letten, vandaag oefenen ze specifiek met het doorvragen.
Tijdens taal breiden de kinderen van groep 8 hun woordenschat uit met nieuwe woorden. Als afsluitende opdracht verzinnen ze liedjes waarin de verschillende onderdelen van ‘het been’ voorkomen. Wie durft mag optreden voor de groep. De tranen rollen over mijn wangen van het lachen. Wat een talent!
Een aantal kinderen gaan na de dagelijkse Engelse les naar de Plusklas (Smarties) waarbij ze deze week Spaanse les krijgen van één van mijn collega’s.

Dinsdag
Tijdens de rekenles werken de kinderen aan hun persoonlijke doelen naar aanleiding van de proeftoets. Niks lekkerder dan een fijne werksfeer in de groep, waarbij ik de rust heb om individuele lesjes te geven. Een aantal kinderen uit groep 7 heeft nog moeite met cijferend vermenigvuldigen, fijn om hen in alle rust te kunnen helpen. Daarna buig ik me met een aantal kinderen uit de plusgroep over uitdagende taken. Voor mij de uitdaging om hen de goede richting op te helpen, zonder het denkproces over te nemen.
Vervolgens doen we de klasbouwer ‘Ik-ook-groepen’ waarbij de klas ontdekt welke overeenkomsten ze hebben. Geweldig om te zien op wat voor creatieve manier er groepjes ontstaan. “Juf, dit is de leukste klassenbouwer ooit”, bevestigt mij weer in mijn overtuiging dat SCL (structureel coöperatief leren) werkt. Voordat de kinderen de dag eindigen met gymnastiek, werken de kinderen in tweetallen aan hun presentatie over een onderdeel van de hersenen. Met behulp van succescriteria doen ze een tussenevaluatie van hun presentatie. Hierna weten ze precies wat er nog nodig is om hun presentatie ‘mastering’ te maken. Deze doelduidelijkheid werkt fantastisch!

Woensdag
We starten met ‘complimentenhandjes’, waarbij alle kinderen iets aardigs voor elkaar schrijven. Een fijne start van de dag. Vervolgens werken de kinderen serieus aan hun rekentoets.
Aan het eind van de dag houdt het Smartboard er ineens mee op. De uitleg van werkwoordspelling aan groep 7 vindt dus plaats op de grond met mijn laptop op schoot. De kinderen vinden ‘deze club’ reuze gezellig en de instructie over werkwoorden slaat goed aan. Daarna leren de kinderen van groep 8 wat een acrostichon is. De complimenten van die morgen, worden hierin verwerkt. Het blad komt te hangen op hun persoonlijke schrijfportfolio op de gang, de wetenschap dat hun tekst gelezen wordt, stimuleert hen om nog meer hun best te doen.

Donderdag
Mijn taalcoördinator dag besteed ik voornamelijk aan de voorbereiding voor de studiedagen die er aan komen. Samen met de SCL-coördinator maak ik de opzet voor deze dagen. Onze focus zal liggen op de link tussen de lessen ‘spreken en luisteren’ en de leerling competenties van coöperatieve leerstrategieën.
Daarnaast beantwoord ik vragen van mijn collega’s over de nieuwe taal- en spellingmethode, brainstorm ik over activiteiten ter leesbevordering en denk ik mee over aanpassingen voor ons rapport om te zorgen voor een meer doorgaande lijn binnen de school. De afwisseling tussen lesgeven en schoolbreed nadenken over de schoolontwikkeling vind ik heerlijk.

Vrijdag
Vandaag starten we met een dagopening met alle leerlingen uit groep 7&8. In elk lokaal liggen hersenkrakers verspreid, waarbij de kinderen leren over de werking van de hersenen, het geheugen en optische illusies. Leuk om te zien hoe groot de focus en verbazing is bij de verschillende groepjes.
Daarna wordt de nieuwsflits gepresenteerd in hun team, waarvoor ze zich thuis hebben verdiept in één nieuwsonderwerp. Elk teamlid geeft na deze korte presentatie tips en tops, om hun teamgenoten verder te helpen.
Een nadeel van wonen in het buitenland is het afscheid nemen. Vandaag nemen we afscheid van een leerling uit groep 7, zij verhuist naar Jakarta. Samen halen we herinneringen op, vertellen we welke kwaliteiten ze heeft en overhandigen we de cadeautjes met een persoonlijke speech. Met een paar tranen, lieve woorden en knuffels gaan we het weekend in.

Blije leerkracht

Als leerkracht sta je altijd ‘aan’. Jouw gemoedstoestand is bepalend voor het verloop van de dag. Jouw humeur heeft opvallend vaak een weerslag op de sfeer in de groep. Best een grote verantwoordelijkheid. Fijn voor de kinderen, als er dus een blije, tevreden en ontspannen leerkracht voor de groep staat.

Dat dit in de praktijk soms best een uitdaging is om dagelijks het stralende middelpunt te zijn, kun je je misschien wel voorstellen. Slecht geslapen, ruzie met het kopieerapparaat, druk met rapporten of commissies of gewoon zo’n dag waarbij niets vanzelf gaat. Toch zijn er ‘trucjes’ die mij helpen om zo vaak mogelijk wel die blije, tevreden en ontspannen leerkracht te zijn. Wat je geeft, krijg je namelijk terug.

  • Een opgeruimd bureau aan het eind van de dag voelt heerlijk. Ik zorg ervoor dat het kopieerwerk voor de volgende dag is gedaan en dat de schriften zijn nagekeken en uitgedeeld. Zo kan ik ’s ochtends ontspannen met een kopje koffie wakker worden (duidelijk geen ochtendmens!) en is er tijd en ruimte voor ad-hoc zaken, zonder dat dit mijn dag in de war schopt.
  • Werk is werk. Thuis is thuis. Dat betekent dat ik mijn laptop op school laat. Ik heb echt de avonden en weekenden nodig om op te laden, ‘grote-mensen-dingen’ te doen en mij op andere gebieden te vermaken. Dat betekent niet dat ik mijn werk niet leuk vindt. Het zorgt er gewoon voor dat ik als leerkracht het leukst ben.
  • Vertel regelmatig over jezelf. Geef de kinderen de ruimte om jou ook écht te leren kennen. Vertel dat je blij bent met je nieuwe schoenen, vertel over je partner, iets waar je naar uitkijkt of een grappige gebeurtenis. Leuk als ze dan ook vragen: “En jij juf, wat heb jij gedaan dit weekend?” Reken maar eens uit hoeveel tijd je wekelijks met elkaar doorbrengt, dan is het toch fijn dat ze ook echt weten wie hun juf of meester is. Pas je op met het delen van frustraties of onzekerheden…?

Ondanks deze ‘trucjes’, is het heus niet altijd feest in de klas van juf Renske. Want reken maar dat er ook weleens van die ‘blegh-dagen’ tussen zitten.

Gelukkig heb ik het niet-wetenschappelijke bewijs dat er na een mindere dag altijd een leuke dag volgt. Puur en alleen gebaseerd op 11 jaar onderwijs ervaring en een goed observerende partner. Dit voor het geval dat je meteen je schooltas in de wilgen slingert, na een matige-maandag of dramatische-dinsdag. Het is echt zo! Beloofd!

Het zou iets te maken kunnen hebben met een goede donderpreek en hopelijk ook met een betere voorbereiding op de volgende dag door jou als leerkracht. Want natuurlijk kan het weleens stormen, is de dag dat Rommelpiet is geweest niet je meest relaxte dag of zit je klas vol met kinderen met ‘een gebruiksaanwijzing’. Hopelijk ben je ook zo eerlijk om te reflecteren op je eigen voorbereidingen en prestaties als leerkracht en zet je je zelfs (of eigenlijk: juist!) na een ‘blegh-dag’ weer voor 100% in voor een nieuwe topdag.

Maar wel pas na een welverdiend kopje koffie!

Doe eens gek…

Ik durf met een redelijke overtuiging te zeggen dat een gemiddelde leerkracht vaker verkleed naar zijn werk gaat dan een overijverige carnavalsvierder uit Oeteldonk. Zo was ik recent nog oma, maar heb ik ook regelmatige lesgegeven als: superman, koning, prinses, Hawaïaanse danseres, schaap (jep, kerst), sporter of in pyjama. Dan reken ik de keren niet mee dat we iets deden met crazy hair day, Koningsdag, Sinterklaas of het WK. En dan met volle overtuiging het bijvoeglijk gebruikt voltooid deelwoord uitleggen, welcome to our life!

Dit blog is een pleidooi om vooral regelmatig even gek te doen in de klas, is het niet om je eigen werkvreugde te verhogen, dan wel om die ene stille, introverte leerling uit je klas (die stiekem heel erg van drama en verkleden houdt) uit zijn schulp te laten kruipen.

Ken je dit gevoel? Je hebt een feestje (leuk!). Met een thema (oké!). Degene die het feestje geeft ken je nog niet zo goed en ook de genodigden zijn niet allemaal bekenden. Dan slaat bij mij accuut de twijfel toe: hoe serieus moet ik dit thema nemen? Moet ik een tenue huren inclusief pruik en masker of is een grappig bedoelde zonnebril met bijpassende bloemenkrans genoeg? Verschrikkelijk vind ik die twijfel. Zowel te veel als te weinig kan in dit geval ongemakkelijk zijn.

Als ik dit zelf al verschrikkelijk vind, ga ik er voor het gemak maar even vanuit dat de kinderen uit mijn groep hier ook last van zullen hebben. Door zelf bij het eerste festijn van het schooljaar over-de-top verkleed te gaan, is de standaard voor de rest van het jaar gezet: gek doen is in deze klas leuk. Daarnaast ‘verplicht’ ik vaak ook om mee te doen en neem ik altijd reserve accessoires mee. Want de ‘te weinig’ kinderen balen dat ze er niet aan hebben gedacht en de ‘te veel’ kinderen weten dat de juf het altijd nog erger doet (en het de hele dag volhoudt).

Nou kun je het ‘gek-doen’ in allerlei dagelijkse dingen verwerken, zodat je ook eens je eigen kleding aan kunt. Wel zo leuk!

Een uitgelezen kans zijn je energizers tussen de lessen door: dansen (juist ook eens OP tafel), elkaar nadansen of de juf nadansen. Een team-estafette, waarbij het niet draait om snelheid (wie de snelste van de klas is, weten ze namelijk al na gymles #1), maar juist om samenwerking. Een dramaspelletje waarbij er geïmproviseerd moet worden en waarbij iedereen van jou een rol krijgt. Soms voor de klas, maar vooral heel vaak allemaal tegelijk. ‘Stiekem’ een energizer buiten doen, zonder andere klassen jaloers te maken, kan je doen door de hele weg naar buiten te sluipen en te bukken alsof het om een missie gaat. Succes gegarandeerd.

Iets simpels als controleren of alle toetsen zijn ingeleverd kan saai (kruisje achter je naam) of leuk: allemaal bovenop je stoel staan, als ik je naam noem spring je van je stoel en roep je “Joepie Poepie!”* (*vul in naar keuze). Een dagafsluiting buiten waarbij het de bedoeling is dat je in één zin vertelt hoe je dag was, al schreeuwend vanaf de andere kant van het veld. Tijdens het werken aan een project nog een klassikale aanwijzing geven kan lastig zijn als ze enthousiast bezig zijn: “Handen in de lucht, handen op je hoofd, tong uit je mond!”, geeft je net genoeg tijd om de tip of korte uitleg te geven. Een tas (of kastje/laatje) opruimen aan het einde van de week verdient bij mij een sticker op je hoofd, wat weer een ‘toegangsbewijs’ is voor de weekafsluiting. Een knuffel moet van mij altijd mee tijdens kamp en dierendag, zodat je je als groep 8-er altijd nog kunt verschuilen achter “Ach, het moest van de juf”. Een groep die nogal vaak met z’n drieën op het toilet te vinden was, kreeg van mij in plaats van een plasketting een ‘plas-hoed’ in het thema van het jaar, denk: mijter, paashaas-oren, kerstmuts. Hoe flauwer, hoe beter.

Een veel gehoorde opmerking in de bovenbouw is uiteraard: “Moet het echt juf?” “Ja, het moet.” De kunst van het gek-doen is om het met volle overtuiging te doen, consequent te zijn en iedereen actief te betrekken, waardoor uitlachen geen optie is, maar hardop schateren wel!

Ga morgen eens naar school met het plan om met je klas minstens X keer lekker te lachen. Het zal je humeur zeker verbeteren!

Opstarten

Ook al doe ik het toch echt al een aantal jaren, het blijft bijzonder: de start van een nieuw schooljaar. Terug kijkend naar de afgelopen periode herken ik een aantal fases bij mezelf.

Fase 1: Ontkenning

Einde van de zomervakantie komt in zicht. Huh? Waar is de tijd gebleven? Ik was nog van alles van plan. Waren dit werkelijk zes weken?

Fase 2: Frisse moed

De inwerkweek. Heerlijk bijkletsen met mijn leuke collega’s. Waar zijn ze geweest? Wat hebben ze meegemaakt? Nog een koffietje doen? Nieuwe parallelcollega’s. Wat zijn ieders kwaliteiten? Welke speerpunten hebben zij voor dit schooljaar? De inrichting van mijn lokaal, veel te veel tijd kwijt aan zaken die toch niemand opvalt. Heerlijk ordenen. De week gaat veel te snel voorbij en er moet ineens nog zoveel (van mezelf).

Fase 3: Gezonde spanning

Aan de eerste schooldag gaat bij ons altijd een ochtend van kennismaking vooraf. Kinderen waarover je al zoveel hebt gehoord tijdens de overdracht eindelijk recht in hun ogen kijken, kleine grapjes, veel geklets over de afgelopen vakantie. Met de dag daarna de eerste schooldag, waarbij ik altijd weer moet wennen aan mijn rol als leerkracht en ‘leider’. Na een lange, luie zomervakantie ben ik die rol altijd weer een beetje ontgroeid.

Fase 4: Wennen

De eerste week. Nog niks gaat vanzelf, bij elke les en activiteit is nog extra uitleg nodig over ‘hoe het hoort’. Voeg daar een nieuwe methode aan toe en ik ben blij dat ik aan het einde van de dag wel een aantal cognitieve zaken kan noemen die ze geleerd hebben. Ook op sociaal-emotioneel gebied herken ik hier een fase van wennen, aan elkaar, aan de juf en haar normen en waarden. De ene dag voel ik me een politieagent, de volgende dag verloopt verrassend soepel. Voordeel: alles waar je het afgelopen jaar op een gegeven moment van dacht: dat wil ik anders, gebeurt nu ook anders.

Fase 5: Onzekerheid

Zelfs na 11 jaar voor de klas, breekt geheid ook deze fase aan. “Ik kan dit helemaal niet! Al die andere jaren had ik geluk met mijn klas en eindelijk val ik door de mand en komt ‘men’ erachter dat ik helemaal geen groep kan vormen, laat staan lesgeven…” Een verrassend lief en attent appje van een vriendin uit Nederland: ‘Lieverd, tot de herfstvakantie denk je altijd dat je dit niet kan.’ Tja.

Fase 6: MIJN kinderen

We bevinden ons nu ongeveer in schoolweek 3. Ik heb het over ‘mijn kinderen’. Dit is de leukste klas die ik ooit heb gehad. Ze begrijpen mijn grapjes en ik die van hen. Er zitten dagen tussen dat het helemaal lekker loopt. Ik merk dat ik zin heb om in deze groep te investeren en hun zin in leren te optimaliseren. In gesprekken met collega’s verdedig ik gedrag en met ouders zijn de eerste contacten gelegd en afspraken gemaakt.

Dat hierna nog een heleboel andere fases volgen, weet ik. Het fijne van een aantal jaren ervaring is dat je je realiseert dat elke fase zijn charme heeft. Dat je weet dat de dagen waarbij niets vanzelf gaat standaard worden beloond door een dag daarna die helemaal geweldig loopt, waardoor je weer realiseert hoe ontzettend veelzijdig het beroep leerkracht is.

 

Stil staan

Waar ik mezelf over het algemeen zou omschrijven als een pragmatisch persoon, kan ik in mijn groep regelmatig bewust een afwachtende houding aannemen. Dit heeft twee redenen. Ten eerste neem ik dan als leerkracht echt de tijd om te kijken naar de kinderen en hun gedrag, zonder mijn invloed. Daarnaast bied het de kinderen de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Hoe kunnen ze bepaalde vaardigheden anders oefenen, als ik het altijd voor ze oplos?!

Zo kregen de kinderen een tijdje geleden van mij een teamopdracht om een script voor een toneelstuk te schrijven en vervolgens ook uit te voeren voor de klas. Er waren twee eisen; iedereen speelt een rol en over twee weken wordt het opgevoerd.

Waarbij het ene team meteen als een razende begon met het verdelen van de taken, waarbij er heerlijke vragen werden gesteld als “Wat is jouw talent?” Focuste een ander team zich voornamelijk op een brainstorm sessie, waarbij eerst ieder voor zich in stilte zijn ideeën noteerde, deze vervolgens gedeeld werden binnen het team en zelfs een stift (‘talking stick’) werd ingezet om te zorgen voor een gelijke deelname. Hier krijg ik oprecht tranen van in mijn ogen. Natuurlijk zijn er ook teams waar de samenwerking minder verloopt. Ook daar kijk ik naar en dwing ik mezelf om niet te snel in te springen. De kinderen hebben genoeg kennis en sociale vaardigheden in huis en zijn vaak prima in staat om compromissen te sluiten of andere oplossingen te bedenken. Juist het samen discussiëren en beargumenteren vind ik ontzettend leerzaam.

Komen ze er echt niet uit samen, dan sluit ik aan in het team om te bespreken wat ik heb gezien en gehoord. Soms doe ik dit klassikaal en vraag ik om hulp bij de andere teams. Soms doe ik het intern bij het team en vraag ik elk teamlid om suggesties voor een oplossing. Ook stel ik vragen zoals: “Voeg je wat toe? Of ben je meer een remmende factor?” Komen ze er dan nog niet uit, dan is er altijd nog een ‘paper-scissor-rock-oplossing’. Wat in zulke situaties verrassend vaak een eerlijke oplossing wordt gevonden.

Na bijna een jaar met je groep te hebben doorgebracht, neem ik voor mezelf altijd de tijd om stil te staan, te kijken en te genieten van mijn klas. Een beetje zoals een boer, al kauwend op een strootje, tevreden zijn volop in bloei staande akkers bewonderd.
Ik blijf het bijzonder vinden hoe een groep functioneert en hoe iedereen zijn eigen rol heeft binnen die groep. Een kind dat uit zichzelf een stiftenbak gaat sorteren op kleur. Een jongen die zonder een spreekbeurt te storen het licht even uit doet, zodat een plaatje op het bord beter te lezen is. Een meisje die vraagt: “Zou ik jouw laatje even opruimen, juf?” (JA!) Twee leerlingen die besluiten om voor de hele klas iets liefs te schrijven als verrassing tijdens het paasontbijt. Twee leerlingen die niet altijd samen door een deur kunnen, gebroederlijk achter één laptop waarbij de één de ander leert om instructiefilmpjes te maken. Het bouwen van een vlot tijdens kamp in volledige harmonie, waarbij volop complimenten worden uitgedeeld.

Dit kijken zonder je ergens mee te bemoeien, maakt mij echt gelukkig en trots. Waarbij ik vervolgens nog maar één ding kan concluderen: “Ik heb weer de leukste kinderen van de school!”

 

 

Zelfstandigheid

Ik begon mijn carrière als leerkracht in het montessori onderwijs. Inmiddels werk ik al een hele tijd niet meer op een school met dit type onderwijs, maar de wijze woorden van Maria Montessori: “Leer mij het zelf te doen” geven nog steeds een goede richtlijn van wat ik elk jaar probeer te bereiken in mijn groep.

Zelfstandigheid is niet alleen maar ‘handig’. Zelfstandigheid moet bevorderd worden in de ontwikkeling, omdat het kind hiervan groeit. Hoe fijn is het om te zeggen: “Ik kan het zelf!” Deze behoefte is diepgeworteld en begint al op jonge leeftijd.

Het bevorderen van deze zelfstandigheid kan gaan over hele praktische zaken. Hierbij is het belangrijk dat je als leerkracht van tevoren goed hebt nagedacht over je klasinrichting. Een labelwriter is in deze voorbereiding je beste vriend!

Zo start ik elk jaar met een rondleiding in de klas, waarbij duidelijk wordt voor de kinderen waar alle materialen liggen, wat daarvan de bedoeling is en welke afspraken hierbij gelden. Gedurende de eerste week van het schooljaar volgt er vaak een speurtocht in de klas, spelen we een spel waarbij ze materialen uit de groep moeten zoeken van A t/m Z en doen we een verzamelspel. Hierbij maak ik duidelijk dat de spullen van ons allemaal zijn en dat deze ons gaan helpen om de persoonlijke leerdoelen te bereiken.

Daarnaast check ik in de eerste weken ook praktische vaardigheden, waarvan ik vind dat een leerling in de bovenbouw die moet beheersen om goed en zelfstandig te kunnen functioneren in de groep. Weten ze hoe de printer werkt? Kennen ze al hun wachtwoorden? Kunnen ze gebruik maken van de mail en kennen ze de mogelijkheden van Google Drive? Weten ze wie welke functie heeft binnen de school en weten ze waar ze deze mensen kunnen vinden? Zijn ze bekend met de verschillende deelgebieden binnen de vakken?

Deze weken zitten dan vaak ook vol met ‘lesjes’. De reacties van de kinderen geeft mij weer de bevestiging hoe fijn het is om zelfstandig te zijn. “Wat handig!” of “Ik weet wel hoe het moet, ik leg het je wel uit!” Hoor je dit in je groep? Dan staat het sowieso 1-0 voor jou en mag je jezelf een welverdiend schouderklopje geven.

Tijdens het zelfstandig werken staat bij mij vaak op het bord: “See 3 before me”. Hoe heerlijk/makkelijk het voor de kinderen ook is om het antwoord of de hulp van mij te krijgen, je kunt als leerkracht niet overal tegelijk zijn. Ik bevorder het helpen en om hulp vragen dan ook erg in de groep. Veel van de vragen zijn namelijk vaak erg praktisch of meer een behoefte aan bevestiging en kunnen dus gemakkelijk door hun teamgenoten worden beantwoord. Ook een herhaling van een uitleg kan gemakkelijk door een klasgenoot worden verzorgd. Op die manier houd ik overzicht en kan ik mijn tijd besteden aan de leerlingen waarvan ik vind dat die het op dat moment het meest nodig hebben.

Tijdens de wekelijkse individuele leergesprekken met de kinderen besteed ik ook bewust aandacht aan zelfstandigheid. Waar wil je graag beter in worden? Heb je dit doel behaald? Wat heb je van mij nodig? Hoe ga je dit aanpakken? Welke materialen ga je hiervoor gebruiken? Wil je het alleen doen of met een maatje?

Door de kinderen te laten nadenken over hun eigen leerproces en leerbehoeftes, bevorder je de zelfstandigheid in grote mate. Jouw rol als leerkracht verandert dan van leider naar begeleider. Het kind staat centraal en neemt de beslissingen en jij faciliteert waar nodig.

En dan kan het maar zo dat je bij een proeftoets leest: “Yes, deze beheers ik! Dan kan ik nu de moeilijkere proberen.”

Helemaal uit zichzelf!

Empathie

Ik ben er van overtuigd dat empathie of inlevingsvermogen een zeer belangrijke vaardigheid is om te ontwikkelen op jonge leeftijd. Sommige kinderen bezitten dit van nature al in grote mate, andere kinderen hebben hier wat hulp bij nodig. Als ik daar dan een steentje aan bij mag dragen, graag. Ik ben niet zo’n voorstander van ‘een lesje empathie’, maar ik denk dat een kind dit het beste leert én onthoudt als ze er regelmatig mee in aanraking komen. Soms zoek ik deze situaties bewust op, soms worden ze zomaar voor je voeten gegooid.

Uiteraard heb je als leerkracht de verantwoording om uitdagende en interessante lessen voor te bereiden en hoop je dat elk kind, in elke activiteit van de dagplanning 100% zin heeft. Dat zou super zijn, maar af en toe glipt deze er toch nog weleens tussendoor: “Aaah juf, rekenen?! Daar heb ik echt geen zin in!” In zo’n situatie kun je twee dingen doen:

  1. Je kunt het laten gaan en beginnen met je rekenles.
  2. Je kunt uitleggen wat dit met jou (en de sfeer in de klas) doet.

Ik kies regelmatig voor de tweede optie.

De uitleg aan deze leerling dat het voor jou nu erg lastig wordt om er een leuke les van te maken, dat aan deze les een stuk voorbereiding vastzit en dat het nu voor de rest van de klas wel erg lastig wordt om zin in deze les te hebben, laat deze leerling zien hoe het is om je in te leven in een ander. Natuurlijk mag een leerling ergens geen zin in hebben, maar het is ook belangrijk om te leren op welke manier je dit uit.

In mijn klas wordt er elke dag samengewerkt, soms voor een korte opdracht, soms voor een langer project. Een uitstekend moment om als leerkracht het inlevingsvermogen van de kinderen te observeren. Dit zijn voor mij regelmatig gigantische geniet-momenten. De manier waarop kinderen al rekening kunnen houden met elkaars verschillen, voorkeuren, kwaliteiten en manieren van verwerken. Indrukwekkend.

Regelmatig sluit ik aan bij een team om de samenwerking te bespreken. Een vraag die voor veel inzicht kan zorgen bij een team waarbij de samenwerking wat stroef verloopt, is: “Voeg je wat toe of ben je een remmer?”. Bij de nabespreking leg ik dan ook vaak de nadruk op de samenwerking en deel ik mijn observaties met de groep. Ook laat ik de kinderen zelf vertellen over de samenwerking binnen hun team. Aan de expressie van de teamgenoten is vaak veel af te lezen en daar maak ik dan ook dankbaar gebruik van. Door expliciet te benoemen “als ik kijk naar het gezicht van….” of “het lijkt alsof …hier anders over denkt” hoop ik dat de kinderen bewuster worden van het gegeven hoeveel communicatie verloopt via de non-verbale weg.

Door het empathisch vermogen van de kinderen regelmatig aan te spreken, door situaties van verschillende kanten te belichten, door bepaalde zuchtjes, giecheltjes en stiekeme opmerkingen in het middelpunt van de belangstelling te zetten en te bespreken, door mijn eigen gevoel regelmatig onder woorden te brengen, door de link te leggen tussen gevoelens en lichamelijke reacties (“ik krijg er gewoon kippenvel van”) hoop ik mijn kleine bijdrage te leveren aan nog meer fijne mensen op onze aardbol.

 

Duidelijkheid

Geef kinderen geen keuze, als je al weet dat jij van één van die keuzes niet gelukkig wordt.

Deze wijsheid leerde ik in de rij bij mijn favoriete ijssalon in Nederland. Voor mij in de rij stond een moeder met drie jonge kinderen. Moeder: “Willen jullie een bakje of een hoorntje?” Twee wilden een hoorntje, één een bakje. Op dat moment realiseerde moeder zich hoe onhandig de combinatie kind & ijs is en begon de onderhandeling. Moeder: “Willen jullie niet liever een bakje?” Maar nee, de keuze was gemaakt en de kinderen waren (heel goed!) standvastig. Een hoorntje moest het worden.

Wat een leuk uitje had moeten zijn, werd een onnodige discussie. Deze had zeer gemakkelijk voorkomen kunnen worden wanneer moeder de vraag anders had geformuleerd: “Je mag een bakje met 1 bolletje, welke smaak wil je graag?” En dan hoop ik dat geen enkele volwassene zich gaat bemoeien met de ijs-smaak-keuze van een kind.

Dat duidelijkheid en keuzevrijheid belangrijk is, herken ik ook in mijn eigen groep. Hoeveel beslissingen zou een gemiddelde leerkracht maken per dag? Ik zeg eigenlijk best vaak ‘nee’. Dat zou een hele onprettige sfeer kunnen creëren, maar ik merk dat het vooral voor veel rust zorgt bij de kinderen. De kaders zijn duidelijk en binnen die kaders zijn keuzemogelijkheden.

Als je bezig bent met een onderwerp en je wilt graag dat de kinderen laten zien wat ze hebben geleerd. Kan dit op veel verschillende manieren: werkstuk, verhaal, muurkrant, filmpje, geluidsopname, presentatie, toneelstuk, fotoserie, lied, leertekening etc. Er als leerkracht alvast over nadenken of alle mogelijke vormen van verwerking jou de kennis geven die je nodig hebt op dat moment, kan het succes van je les met grote sprongen vergroten.

Hou bij het maken van deze keuze twee zaken in je achterhoofd: wat is het doel van je les en aan welke succescriteria moeten de kinderen voldoen.

Als het doel van je les is het testen van de individuele kennis van de leerlingen, zul je andere keuzes maken dan wanneer je graag wilt weten hoe een onderzoek is verlopen binnen een team. Als je de creativiteit wilt aanwakkeren bij je leerlingen, zul je bepaalde verwerkingsvormen bewust inzetten, terwijl deze misschien weer minder geschikt zijn als je kinderen wil laten oefenen met een nieuwe app of tool.

Kinderen zullen vaak vragen “maar, mag ….dan ook?” Bespreek dan de succescriteria met de kinderen. In de succescriteria geef je als leerkracht aan, waar je op let bij het beoordelen van een project of opdracht. Welke onderdelen verwacht je te horen of te zien? Wanneer is de opdracht een succes? Het geeft de leerling duidelijke handvatten waaraan een project moet voldoen. Deze informatie achteraf pas bekendmaken bij de beoordeling is een gemiste kans in je leerproces.

Werk je regelmatig op deze manier, dan kan je op een gegeven moment de succescriteria samen met de groep opstellen. Dit kan met grote projecten, maar ook bij een bladzijde uit het rekenboek. De vraag “maar, mag …. dan ook” kun je terugkoppelen aan dat kind of aan de groep. De succescriteria geven het doorslaggevende antwoord.

Wel zo duidelijk.